Het mooie van zelf ontwerpen: je leert hoe een puzzel vanbinnen werkt. Je begint namelijk bij het antwoord en werkt terug naar de aanwijzingen. Hieronder doen we het samen met een voorbeeld met drie kinderen, drie kleuren en drie huisnummers.
Stap 1 — Kies drie rijen en drie kolommen
Gebruik voor je eerste ontwerp dit voorbeeldbestand (pdf). Schrijf in de linkerkolom 3 namen en 3 huisnummers onder elkaar. Zet bovenaan 3 kleuren (bijvoorbeeld van sokken of een trui) en dezelfde 3 nummers. Zo krijg je een schema met drie categorieën: naam, kleur en nummer.
Tip: gebruik dingen die niets met elkaar te maken hebben. Juist omdat een kleur niets zegt over een huisnummer, moet de oplosser het echt uít de aanwijzingen halen.
Stap 2 — Bedenk eerst de oplossing
Vul voor jezelf in wat bij elkaar hoort. Bijvoorbeeld:
| Kleur | Nummer | |
|---|---|---|
| Sara | rood | 12 |
| Tim | blauw | 7 |
| Noor | groen | 21 |
Dit is jouw geheime antwoord. De oplosser ziet dit natuurlijk niet — die moet het zelf ontdekken.
Stap 3 — Schrijf aanwijzingen onder het schema
Bedenk nu zinnen die kloppen met jouw oplossing. Zet na elke aanwijzing met potlood kruisjes (–) en vinkjes (+) in het schema, zodat je ziet of er genoeg informatie is. Goede aanwijzingen voor het voorbeeld zijn:
- Sara draagt rood.
- Wie blauw draagt, woont op nummer 7.
- Noor woont niet op nummer 12.
Wissel directe aanwijzingen ("Sara draagt rood") af met koppelende aanwijzingen ("Wie blauw draagt, woont op nummer 7") en af en toe een ontkenning ("Noor woont niet op 12"). Die afwisseling maakt het puzzelen leuk.
Stap 4 — Gum uit en laat het oplossen
Gum al je kruisjes en vinkjes weg, zodat het schema leeg is. Geef je puzzel aan iemand anders. Lukt het om jouw oplossing terug te vinden? Zo niet, dan zijn er waarschijnlijk te weinig aanwijzingen — voeg er eentje toe en probeer opnieuw.
De gouden regel
In elke rij en elke kolom hoort precies één vinkje (+). Zet je een +, dan worden alle andere hokjes in die rij en kolom automatisch – . Controleer met die regel of jouw puzzel maar één oplossing heeft.
Hoeveel aanwijzingen heb ik nodig?
- 3×3 (zoals hierboven): meestal 3 tot 4 aanwijzingen.
- 4×4: ongeveer 5 tot 8 aanwijzingen.
- 5×5: al snel 9 of meer.
Te veel aanwijzingen maakt de puzzel saai (dan hoef je niet meer na te denken); te weinig maakt hem onoplosbaar. Het zoeken naar dat evenwicht is precies waar het ontwerpen leuk van wordt.
Wil je eerst meer puzzels oplossen voor inspiratie? Bekijk de themapuzzels of begin gewoon bij niveau 1.